Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0990.

De belanghebbende, X BV, is - deels als moeder van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 Wet Vpb. - houdster van diverse binnen- en buitenlandse deelnemingen in dochtervennootschappen, zowel in als buiten de EG. Uit bijlage B14 bij haar aangifte vennootschapbelasting 1993 blijkt dat zij 20 deelnemingen binnen de EG houdt, waarvan 14 deelnemingen van 100%, een van 99,84%, een van 98,8%, een van 95%, een van 73,8%, een van 60% en een van 50%. In een aanvulling op haar aangifte heeft zij aftrek gevraagd van door haar gemaakte financieringskosten (rente) ad f 3.969.339 die verband houden met deze binnen de EG gevestigde dochtervennootschappen. Deze EG-dochters maken kennelijk geen in Nederland belastbare winst. De inspecteur heeft bij de vaststelling van de aanslag vennootschapsbelasting 1993 belanghebbendes aangifte gevolgd, behoudens voor wat betreft de gevraagde aftrek van kosten van financiering van deelnemingen. Het bezwaar van de belanghebbende is door de inspecteur bij uitspraak afgewezen. Het Hof Arnhem heeft het beroep tegen deze uitspraak ongegrond verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee, en de alinea staat in dat document op bytes 4823 tot 5925.