Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0990.

5.5. De verstoring van de rechtsvormneutraliteit tussen de twee situaties zit dus niet in de oorsprongstaat, maar in de doelstaat: in de filiaalsituatie komen de kosten van financiering van het filiaal wel ten laste van de winst die de filiaalstaat belast (nettobelasting); in de dochtersituatie komen de kosten van financiering van de deelneming in de dochter niet ten laste van de winst die de dochterstaat belast (brutobelasting). Het is de doelstaat die het onderscheid tussen dochter en filiaal maakt, op grond van de juridische afzonderlijkheid van de dochtermaatschappij. Daarover nader in § 6. Aangezien ook Nederland doelstaat kan zijn (moeder in het buitenland, dochter in Nederland), komt daar ook aan de orde de vraag of Nederland asymmetrische beginselbelijdenis verweten kan worden, nu Nederland immers, als het zelf doelstaat is, zich net als het buitenland op het standpunt stelt dat ingeval van een filiaal de financieringskosten wel aftrekbaar zijn van de Nederlandse winst, maar in het geval van een dochter niet. Anders gezegd: als moederstaat volgt Nederland een meer economische c.q. territoriale benadering, als dochterstaat een meer juridische benadering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee, en de alinea staat in dat document op bytes 24478 tot 25671.