Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0990.
6.6. Daar komt nog bij dat toerekening van de door de moeder gemaakte deelnemingskosten aan de dochter in de andere staat kant noch wal zou raken voorzover die kosten bij de moeder wél in aftrek kunnen komen. Zoals hieronder (9) zal blijken, zijn er nationale stelsels waarin de litigieuze kostenaftrek wél deels of tijdelijk verleend wordt op moederniveau, bijvoorbeeld stelsels waarin de aftrek verleend wordt voor zover de kosten hoger zijn dan de uit de deelneming voortvloeiende voordelen. Er zijn ook landen die in plaats van een deelnemingsvrijstelling een verrekeningsstelsel hanteren (credit for underlying tax op moederniveau) en die door de nettolimitering van de credit tot hetzelfde resultaat leiden als aftrekweigering, maar waarin met enige tax planning toch geheel of gedeeltelijk aftrek zeker gesteld kan worden. Dan zijn er nog systemen waarin aanvankelijk volledige aftrek plaatsvindt, maar de aftrek teruggenomen wordt als er geen andere dan vrijgestelde winsten zijn, althans waarin tegenover de genoten kostenaftrek eventuele verliescompensatie ingeleverd moet worden, en wellicht zijn er ook nog stelsels waarin de kosten wel in aftrek worden toegelaten, maar daartegenover geen vrijstelling voor voordelen uit de deelneming wordt verleend zolang die kostenaftrek niet is ingelopen. Duitsland is van plan de hier bedoelde kostenaftrek vrijwel onbeperkt toe te staan op moederniveau (zie 9.2). Bij een dergelijk moederjurisdictiestelsel dient uiteraard niet ook nog eens op dochterniveau aftrek plaats te vinden. Een dergelijke diversiteit van nationale stelsels kan niet door negatieve integratie geharmoniseerd worden. De rechter kan mijns inziens niet verder gaan dan op basis van de vestigingsvrijheid - en eventueel de gemeenschapstrouw - de regel stellen dat de dochter in een bepaalde jurisdictie zou moeten kunnen aftrekken hetgeen die jurisdictie in de spiegelbeeldsituatie (dus als zij moederstaat is) aan aftrek zou weigeren wegens toerekening aan de andere jurisdictie, een en ander bovendien onder de voorwaarde dat de kosten niet in enige andere jurisdictie tot aftrek hebben geleid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee, en de alinea staat in dat document op bytes 34993 tot 37128.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee | shasum -a 256