Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0990.
Daaruit lijkt enerzijds te volgen dat de richtlijngever een juridische kostenallocatie volgt, dus de kosten beschouwt als kosten van de moeder (anders zou het geen zin hebben om te bepalen dat de kosten op moederniveau van aftrek uitgesloten mogen worden), maar anderzijds volgt er evenzeer uit dat de richtlijngever er geen bezwaar tegen heeft dat de kosten, overeenkomstig een territoriaal matching kostenallocatie, toegerekend worden aan de jurisdictie waarbinnen de winsten belast worden (de dochterstaat), althans weggerekend worden uit de moederstaat. De moederstaat krijgt immers de bevoegdheid om aftrek uit te sluiten. Uit art. 4 van de Richtlijn kan wel opgemaakt worden dat de richtlijngever de Nederlandse aftrekweigering in beginsel toestaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee, en de alinea staat in dat document op bytes 45570 tot 46338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee | shasum -a 256