Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0990.

(i) de in 6.7. gesignaleerde inconsistentie tussen het Nederlandse standpunt als moederstaat en het Nederlandse standpunt als dochterstaat, en (ii) het onderscheid in toerekeningstechniek: hoewel het Nederlandse onderscheid tussen binnenslands belastbaar gemaakte winst en niet-binnenslands belastbaar gemaakte winst gerechtvaardigd is op basis van het territorialiteitsbeginsel (binnenslands belastbare winst is niet hetzelfde als buitenslands belastbare winst), lijkt de technische uitwerking niet geheel neutraal: ingeval van een deelneming in een binnenslands winst genererende dochter zijn de financieringskosten aftrekbaar bij de moeder, hoewel de moeder ook in dat geval geen fiscale brutowinstbijdrage ontleent aan haar (immers vrijgestelde) deelneming. Eigenlijk zouden, indien men de consistentie tot het uiterste wil doordrijven, ook in dat geval (net als in het geval van een buitenslands winst genererende dochter) de kosten uit moeders belastinggrondslag verwijderd moeten worden en aan de dochter toegerekend moeten worden. In binnenlandse deelnemingsverhoudingen doet Nederland dat echter niet. Waarom niet?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee, en de alinea staat in dat document op bytes 50241 tot 51377.