Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0990.
7.11. Het geciteerde art. 4, lid 2, van de richtlijn biedt geen basis om een eenmaal gemaakte keuze (bijvoorbeeld: de kosten horen thuis in de jurisdictie waar de winsten van de dochter worden belast) asymmetrisch te belijden naar gelang de betrokken Lidstaat moederstaat dan wel dochterstaat is (zoals Nederland wel doet; zie 6.7). Het biedt evenmin een basis voor een aftrekweigeringstechniek die in strijd is met art. 43 EG-Verdrag. Integendeel: afgeleid EG-recht (een richtlijn) mag immers niet in strijd zijn met originair EG-recht (het EG-Verdrag). De richtlijn zal dus EG-Verdragsconform moeten worden uitgelegd. De in 7.9 onder (ii) gesignaleerde inconsistentie zou dan een probleem kunnen zijn, nu ingeval van binnenlandse dochterwinsten de moederkosten niet toegerekend worden aan de dochter en ingeval van buitenlandse dochterwinsten wel. Ik meen echter dat dit verschil in techniek verklaard wordt door het verschil tussen binnenlands belastbare winst en niet-binnenlands belastbare winst: het gaat om toerekening van kosten aan een jurisdictie, niet zozeer om toerekening aan een persoon. Ik acht de door mij in 7.10, onder b) aan de wetgever toegedichte gedachte valide.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee, en de alinea staat in dat document op bytes 53366 tot 54564.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee | shasum -a 256