Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0990.
8.3. De vraag rijst ook hier of dit beeld anders wordt indien de fiscale behandeling van de spiegelbeeldsituatie (moeder in het binnenland, dochter's winsten in het buitenland) in de beschouwing wordt betrokken. De dochterstaat (dan moederstaat) zou, wil hij consistent zijn, ook als moederstaat het standpunt moeten innemen dat de kosten bij de moeder thuis horen en de deelnemingskosten dus in aftrek moeten toelaten bij de moeder hoewel de daarmee gegenereerde winsten van de dochter niet binnenslands belast kunnen worden (wegens deelnemingsvrijstelling of credit for underlying tax), noch in het jaar waarin zij gemaakt worden, noch in het jaar van uitdeling. Nederland als moederstaat doet dat niet. Er zijn wel jurisdicties die, anders dan Nederland, aftrek op moederniveau toestaan, maar bij mijn weten zijn er weinig of geen jurisdicties die zulks onverkort doen (zonder directe of indirecte recaptures). Zie daarover 9 hieronder. De nationale stelsels zijn dus, zoals reeds onder 6.7 voor Nederland bleek, intern niet consistent. Enerzijds (als dochterstaat) nemen zij het standpunt in dat de kosten in de moederjurisdictie thuishoren omdat moeder de kosten maakt, anderzijds (als moederstaat) nemen zij in meer of mindere mate het standpunt in dat de door moeder gemaakte kosten te eniger tijd toegerekend moeten worden aan de jurisdictie waar dochter's winsten belast worden (althans niet aan de moederjurisdictie) omdat anders de coherentie tussen aftrek en belastbaarheid zoek raakt. De fiscale coherentie wordt dus incoherent toegepast. Ik meen dat dit gegeven niet de conclusie aantast dat aan de eis van nationale behandeling in de dochterstaat is voldaan: nationale behandeling leidt niet tot aftrek bij de dochter van een buitenlandse moeder als aan dochters van binnenlandse moeders evenmin aftrek wordt toegestaan. Wel meen ik dat in de spiegelbeeldsituatie de Lidstaten hun asymmetrische standpunt zullen moeten opgeven, zoals ik in 7.12 al voor de Nederlandse situatie concludeerde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee, en de alinea staat in dat document op bytes 57581 tot 59599.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee | shasum -a 256