Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0992.

2.4. Verder is, dunkt mij, buiten twijfel, dat de door belanghebbende gestelde onjuistheid naar haar aard een fout in de zin van de foutenleer vormt. Voor een beschrijving van de algemene kenmerken van een fout in de zin van de foutenleer verwijs ik naar Lubbers,(4) die de aanduiding "foutenleer-fout" gebruikt. Gemakshalve neem ik die terminologie hierna over. De mogelijkheid om de foutenleer toe te passen op een ongegronde afwaardering van bedrijfsmiddelen naar hun bedrijfswaarde wordt door Lubbers uitdrukkelijk erkend:(5)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88df86a7028f5ff0185f12364416497da90295ca701a50531b0a49b7758f4a46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88df86a7028f5ff0185f12364416497da90295ca701a50531b0a49b7758f4a46, en de alinea staat in dat document op bytes 10251 tot 10793.