Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0992.

6.4. Het voorgaande neemt evenwel niet weg, dat het Hof bij zijn oordeel dat in het onderhavige geval de balanscontinuïteit niet doorbroken kan worden van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan. Het had namelijk niet mogen volstaan met een uitlegging van voornoemde voorwaarde 11. Het had vervolgens behoren te onderzoeken of de afwaardering van de materiële vaste activa van A B.V. in 1991 of 1992 fout was, zoals belanghebbende heeft gesteld, en zo ja, of die fout nog kan worden hersteld bij C B.V., hetzij door middel van navordering over het jaar waarin de fout is gemaakt, hetzij doordat laatstgenoemde bereid is tot het betalen van gewetensgeld, hetzij door toepassing van de foutenleer. Voor zover middel II bedoelt erover te klagen dat het Hof dit onderzoek achterwege heeft gelaten, is het terecht voorgesteld. Indien inderdaad sprake is van een fout en herstel daarvan bij C B.V. mogelijk is, dienen de materiële vaste activa van A B.V. in de fiscale vermogensopstelling van belanghebbende per 1 januari 1994 te worden opgenomen voor de historische aanschaffingskosten minus afschrijvingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88df86a7028f5ff0185f12364416497da90295ca701a50531b0a49b7758f4a46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88df86a7028f5ff0185f12364416497da90295ca701a50531b0a49b7758f4a46, en de alinea staat in dat document op bytes 26684 tot 27804.