Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1005.

6.2.3. Daarnaast had (…) de in de verlies- en winstrekening opgenomen omzet van ƒ 25.286,08 voor de Inspecteur aanleiding moeten zijn bij belanghebbende nadere gegevens in te winnen omtrent het aantal aan de onderneming bestede uren. Naar belanghebbende terecht heeft gesteld, was de omzet de Inspecteur op het moment van het opleggen van de aanslag reeds bekend. Uitgaande van een door de Inspecteur zelf gesteld minimum uurtarief van ƒ 25 had hij aan de hand van het omzet-urencriterium reeds bij het regelen van de primitieve aanslag kunnen berekenen dat belanghebbende waarschijnlijk niet aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek zou voldoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f4528dfa15b062e439d496aaf78b02e81a713b4a4f9930595d1c7b0feafc4ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f4528dfa15b062e439d496aaf78b02e81a713b4a4f9930595d1c7b0feafc4ad, en de alinea staat in dat document op bytes 8585 tot 9257.