Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1005.
2.11. In r.o. 6.2.3. heeft het Hof in wezen geoordeeld dat de Inspecteur, na met een normale zorgvuldigheid van de door belanghebbende ingediende aangifte kennis te hebben genomen, in redelijkheid zodanige twijfel had moeten koesteren met betrekking tot de daarin opgenomen zelfstandigenaftrek, dat hij daarover aan belanghebbende nadere vragen had behoren te stellen voordat hij de primitieve aanslag regelde. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Nu het voldoende is gemotiveerd en niet onbegrijpelijk is, is het in cassatie onaantastbaar. Bijgevolg faalt het middel voorzover het tegen het hier bedoelde oordeel opkomt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f4528dfa15b062e439d496aaf78b02e81a713b4a4f9930595d1c7b0feafc4ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f4528dfa15b062e439d496aaf78b02e81a713b4a4f9930595d1c7b0feafc4ad, en de alinea staat in dat document op bytes 13687 tot 14347.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f4528dfa15b062e439d496aaf78b02e81a713b4a4f9930595d1c7b0feafc4ad | shasum -a 256