Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2001
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1064.
4) Ter beantwoording van de vraag of de kantonrechter dan wel de rechtbank absoluut bevoegd is van een vordering kennis te nemen, is de grondslag van de vordering zoals die blijkens de dagvaarding in eerste aanleg door eiser is ingesteld, beslissend (HR 7 maart 1980, NJ 1980, 641 m.nt. WHH; Snijders/Wendels, Civiel Appel, 1999, nr. 36). Indien een vordering die tot de absolute bevoegdheid van de kantonrechter behoort, bij de rechtbank is ingesteld en daartegen niet de exceptie van onbevoegdheid is aangevoerd, spreekt de rechtbank in hoogste ressort recht (art. 157 Rv). Tegen het vonnis staat dan geen hoger beroep open en het hof zal appellant, zelfs ambtshalve, daarin niet ontvankelijk moeten verklaren (HR 27 november 1981, NJ 1983, 738 m.nt. WHH).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2e39cdcc7c5e2c30099b14152af1f413ac65afb5ac60d82b22b6bc92fd18986. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2e39cdcc7c5e2c30099b14152af1f413ac65afb5ac60d82b22b6bc92fd18986, en de alinea staat in dat document op bytes 7232 tot 8003.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2e39cdcc7c5e2c30099b14152af1f413ac65afb5ac60d82b22b6bc92fd18986 | shasum -a 256