Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2001

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1064.

5) Onderdeel 1.a van het cassatiemiddel klaagt dat de lezing van het hof van de dagvaarding voor wat betreft de grondslag van de schadevordering onbegrijpelijk is. Deze lezing stemt niet overeen met de inhoud van de perfecte overeenkomst of rompovereenkomst zoals deze in redelijkheid valt af te leiden uit de dagvaarding en de documenten, waarnaar in de dagvaarding wordt verwezen en die bij conclusie van eis in het geding zijn gebracht. Het hof gaat aldus van een te beperkte inhoud (van de dagvaarding) uit, aldus het middel. Uit de in het middel gegeven weergave van de inhoud van de dagvaarding zou volgen dat de - met documenten onderbouwde - stellingen daaruit onmiskenbaar een bepaald ruimere en complexere perfecte overeenkomst dan wel rompovereenkomst behelzen dan het hof in r.o. 3 beschrijft. Met name is van belang dat de overeenkomst ook behelsde dat ZHD op- en overslagwerkzaamheden ten behoeve van Omya zou verrichten tegen vergoeding. De winst die ZHD door het mislopen van deze werkzaamheden derft, vormt een groot deel van haar schade. Tot zover het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2e39cdcc7c5e2c30099b14152af1f413ac65afb5ac60d82b22b6bc92fd18986. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2e39cdcc7c5e2c30099b14152af1f413ac65afb5ac60d82b22b6bc92fd18986, en de alinea staat in dat document op bytes 8023 tot 9113.