Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2001
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1064.
8) Onderdeel 2 voert subsidiair aan dat, als moet worden aangenomen dat het hof is uitgegaan van een perfecte overeenkomst of rompovereenkomst met een inhoud en complexiteit als in onderdeel 1.a door ZHD aangevoerd en het hof die overeenkomsten heeft gekwalificeerd als huurovereenkomst respectievelijk als overeenkomst met alle wezenlijke kenmerken van een huurovereenkomst, het blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel betoogt vervolgens dat de (romp)overeenkomst er niet slechts toe strekt dat ZHD aan Omya het genot van een zaak gedurende een bepaalde tijd en tegen een bepaalde prijs zou verschaffen. De (romp)overeenkomst had daarnaast betrekking op investeringen door Omya in gebouwen en installaties, realisering van randvoorwaarden voor het gebruik van het terrein, de gebouwen en de installaties en uitvoering van op- en overslagactiviteiten. Daarom is de (romp)overeenkomst rechtens te kwalificeren als ‘gemengde overeenkomst’ of ‘sui generis overeenkomst’, aldus het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2e39cdcc7c5e2c30099b14152af1f413ac65afb5ac60d82b22b6bc92fd18986. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2e39cdcc7c5e2c30099b14152af1f413ac65afb5ac60d82b22b6bc92fd18986, en de alinea staat in dat document op bytes 15325 tot 16355.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2e39cdcc7c5e2c30099b14152af1f413ac65afb5ac60d82b22b6bc92fd18986 | shasum -a 256