Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1122.

"In het navolgende ga ik in op de situatie dat de deelneming weliswaar formeel wordt geliquideerd, maar dat de onderneming als zodanig binnen het concern geheel of gedeeltelijk wordt voortgezet. Dit voortzetten kan bij voorbeeld geschieden doordat de onderneming wordt ondergebracht in een andere deelneming of doordat de onderneming voortaan een vast inrichting van de belastingplichtige vormt. Naar mijn mening is in die situatie de tijd voor de eindafrekening - dat is toch kort gezegd de strekking van de regeling voor liquidatieverliezen - nog niet gekomen. Ik acht het onjuist dat een belastingplichtige naar believen, door de onderneming in een ander onderdeel van het concern onder te brengen, de verliescompensatiemogelijkheden bij de dochter kan verruilen voor een liquidatieverlies. Het strookt met de intentie van de deelnemingsvrijstelling, namelijk rekening te houden met een economische verwevenheid van lichamen, het sluitstuk van die regeling - de regeling voor liquidatieverliezen - eerst toe te passen op het moment dat de band tussen de onderneming van het ontbonden lichaam en het concern echt is verbroken, dat wil zeggen eerst bij staking of bij vervreemding van(4) een buitenstaander.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41, en de alinea staat in dat document op bytes 12519 tot 13740.