Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1122.
2.8. Het voorgaande brengt mee dat in abstracto niet nauwkeurig valt aan te geven wanneer de onderneming van de ontbonden (dochter)vennootschap, of een deel daarvan, wordt voortgezet. Derhalve komt aan de feitenrechter een grote beoordelingsvrijheid toe en is diens oordeel maar in beperkte mate vatbaar voor cassatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41, en de alinea staat in dat document op bytes 16593 tot 16924.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41 | shasum -a 256