Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1122.

"De derde voorwaarde (onderdeel c) houdt in dat de belastingplichtige naast de omvang van zijn liquidatieverlies ook overtuigend moet aantonen dat voldaan is aan de voorwaarden gesteld onder a, 1º, en b. Dat houdt in dat hij het volledige bewijs moet leveren dat de door hem bij zijn aangifte gepresenteerde berekening juist is, voor zover het gaat om aangelegenheden die hemzelf aangaan. (...) Naar ik mij voortstel zal het overtuigend aantonen veelal kunnen gebeuren door overlegging van een aantal documenten: aankoop- of oprichtingsdocumenten, jaarstukken van de deelneming, en dergelijke. Er is van afgezien om overlegging van bepaalde stukken voor te schrijven. Ik zie geen reden op dit punt de voor het fiscale recht geldende vrije bewijsleer in te perken."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41, en de alinea staat in dat document op bytes 21592 tot 22370.