Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001

Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1122.

3.10. Naar mijn mening is het weinig voor de hand liggend om onder een "met de belastingplichtige en het lichaam waarin wordt deelgenomen verbonden lichaam" als bedoeld in artikel 13b, vierde lid, tweede volzin, mede te begrijpen een dochtervennootschap waarmee de belastingplichtige een fiscale eenheid vormt. Immers, ook in dat geval worden latere winsten van de vervreemde onderneming begrepen in de belastbare winst van de belastingplichtige, zodat voor een terugneming van de afwaardering van de vordering geen goede reden bestaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41, en de alinea staat in dat document op bytes 29171 tot 29721.