Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1122.

4.8. Nu op de voet van artikel 15 Wet Vpb 1969 de vennootschapsbelasting wordt geheven alsof C BV is opgegaan in belanghebbende, moeten de bezittingen en schulden van C BV voor de heffing van de vennootschapsbelasting rechtstreeks aan belanghebbende worden toegerekend en gaan de uitkomsten van haar bedrijfsvoering uitsluitend belanghebbende aan (HR 22 februari 1956, BNB 1956/132). Voorzover de onderneming van H Ltd is voortgezet door C BV, moet dit geacht worden een voortzetting door belanghebbende te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41, en de alinea staat in dat document op bytes 32961 tot 33486.