Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001
Alinea 99 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1122.
4.9. De vervreemding van een deel van de onderneming van H Ltd aan belanghebbende kan niet worden gebracht onder de bewoordingen van artikel 13b, vierde lid, tweede volzin, Wet Vpb 1969. Niet is gesteld of gebleken dat belanghebbende werkzaamheden van H Ltd heeft voortgezet met behulp van een vaste inrichting in Engeland in de zin van artikel 5 van het belastingverdrag met het Verenigd Koninkrijk.(9) Weliswaar is C BV vanaf 1 april 1994 J Ltd. gaan gebruiken als agent, maar dit levert niet noodzakelijkerwijs een dergelijke vaste inrichting op gezien het bepaalde in artikel 5, zesde lid, van het verdrag. Zulks in aanmerking genomen is er in het onderhavige geval geen goede grond aan artikel 13b, vierde lid, tweede volzin, Wet Vpb 1969 een verdergaande werking toe te kennen dan uit haar bewoordingen voortvloeit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41, en de alinea staat in dat document op bytes 33506 tot 34340.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/388b8df9ec352d5ba4826441262828d9cee1b47ebf47c10e990cb9ccd6f46e41 | shasum -a 256