Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1201.

In deze zaak heeft thans eiser tot cassatie, verder: [eiser], kort gezegd gevorderd dat thans verweerster in cassatie, verder: de Stichting, hem inzage verschaft in de zich onder haar bevindende medische dossiers betreffende zijn overleden broer teneinde uitsluitsel te verkrijgen over zijn standpunt dat zijn broer bij het verlijden van zijn testament waarbij hij zijn buurvrouw tot enig erfgename benoemde, niet in staat was zijn wil te bepalen, althans te uiten, zodat het testament op die grond nietig is gezien art. 4:942 BW. De Stichting heeft zich op haar geheimhoudingsplicht beroepen. De Rechtbank heeft dat beroep gehonoreerd en de vordering van [eiser] afgewezen. Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd. [Eiser] heeft in cassatie een grote reeks klachten tegen 's Hofs arrest aangevoerd. Voordat ik het cassatiemiddel bespreek geef ik een overzicht van de feiten en het verloop van het geding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537, en de alinea staat in dat document op bytes 4383 tot 5315.