Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1201.
Ter ondersteuning van zijn stelling dat een recht op inzage bestaat indien er concrete gronden zijn om aan te nemen dat de erflater ten tijde van het verlijden van het testament niet in staat was zijn wil te bepalen, heeft [eiser] zich beroepen op een vonnis van de President van de Rechtbank te 's- Gravenhage van 28 juni 1996, KG 1996, 273. In die zaak verlangde de echtgenoot inzage in het medische dossier van zijn overleden echtgenote die hem kort voor haar overlijden praktisch geheel had onterfd. De President concludeerde dat de vordering reeds moest worden afgewezen omdat de echtgenoot onvoldoende concrete argumenten had aangevoerd voor de stelling dat de overledene die leed aan een hersentumor, ten tijde van het verlijden van haar testament niet in staat was haar wil te bepalen; dit omdat de echtgenoot zijn twijfel aan iets waaraan men niet zonder goede redenen behoort te twijfelen, deed steunen op vage en algemene gegevens (het gegeven dat een hersentumor een patiënt sterk kan beïnvloeden en het gegeven dat zwaar medicijngebruik van invloed kan zijn) die niet zonder meer meebrengen dat betrokkene door de ziekte zodanig was beïnvloed dat haar op de bewuste dag de verstandelijke vermogens zouden zijn komen te ontbreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537, en de alinea staat in dat document op bytes 9706 tot 10964.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537 | shasum -a 256