Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1201.
[Eiser] heeft betoogd dat de verklaring van de notaris dat het testament naar zijn overtuiging de werkelijke bedoeling van de erflater weergeeft, van weinig waarde is. In dat verband heeft hij erop gewezen dat een notaris geen deskundige is als het gaat om iemands geestesvermogens en voorts dat de notaris noch in het testament noch in zijn schriftelijke verklaring gewag maakt van communicatieproblemen met erflater, dat de notaris kennelijk geen alternatieve communicatiemiddelen heeft gebruikt en dat er geen arts of andere medische deskundige bij het verlijden van het testament aanwezig is geweest. [Eiser] heeft tevens erop gewezen dat de notaris zijn bevindingen niet schriftelijk heeft vastgelegd hoewel hij daartoe wel is verplicht indien bij hem twijfel omtrent de verstandelijke vermogens van de testateur bestaat of indien de notaris de mogelijkheid aanwezig acht dat het testament zal worden aangevochten. Hij heeft daarbij verwezen naar Asser-Van der Ploeg-Perrick, Erfrecht (1998) p. 83 noot 79a.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537, en de alinea staat in dat document op bytes 13866 tot 14891.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537 | shasum -a 256