Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1201.

4. De Stichting heeft zich beroepen op haar wettelijke geheimhoudingsplicht. Zij heeft tevens aangevoerd dat ook op grond van de KNMG-richtlijnen inzake het omgaan met medische gegevens op haar een geheimhoudingsplicht rust. In die Richtlijnen, door haar bij akte in appèl in het geding gebracht, wordt vermeld dat inzage in medische gegevens van een overledene kan worden verleend wanneer de arts van mening is dat de overledene bij leven hiertegen geen bezwaar zou hebben gehad. Benadrukt wordt dat de arts hierin zelf een verantwoordelijkheid heeft en dat hij niet door nabestaanden van zijn zwijgplicht kan worden ontheven. In het deel "Casuïstiek", wordt onder het hoofd "Aanvechten testament" vooropgesteld dat de notaris die het testament heeft verleden bij het verlijden reeds de vraag heeft beoordeeld of laten beoordelen of de betrokkene op het moment van verlijden volledig bij zijn verstand was zodat deze vraag uit medisch oogpunt na het overlijden overbodig is. Herhaald wordt voorts dat het geven van een medisch oordeel na overlijden afstuit op het beroepsgeheim en dat als richtsnoer dient dat een arts alleen zijn beroepsgeheim mag doorbreken indien hij ervan overtuigd is dat de wil van de overledene zich daartegen niet zou verzetten, en dat de arts bij twijfel behoort te zwijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537, en de alinea staat in dat document op bytes 15262 tot 16578.