Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1201.

De Stichting heeft vooropgesteld dat niet gesteld kan worden dat [eiser] in april 1994 definitief buiten staat raakte zijn wil naar behoren te bepalen, dat het feit dat iemand zowel verbaal als lichamelijk moeilijk kan communiceren niet tot deze conclusie kan leiden wanneer juist het uiten van die wil moeizaam verloopt, dat uit het "taalzakboek" geenszins kan worden afgeleid dat betrokkene wilsonbekwaam was, dat de notaris blijkbaar niet twijfelde aan de geestesgesteldheid van betrokkene en dat de notaris weliswaar geen bijzondere deskundigheid bezit voor de beoordeling van de geestesvermogens van personen doch zelf wel iets zinvols kan zeggen omtrent de mogelijkheid van een testateur zijn wil te bepalen. De Stichting heeft voorts betoogd van oordeel te zijn dat niet verondersteld kan worden dat de erflater toestemming zou hebben gegeven voor inzage in zijn medische dossier nu die inzage ertoe strekt het testament aan te vechten waarbij de erflater zijn buurvrouw, [betrokkene A], tot enig erfgenaam benoemde. Zij heeft in dit verband aangevoerd dat [betrokkene A] al jaren de administratie van de erflater verzorgde en dat zij de erflater regelmatig in het verpleeghuis bezocht, terwijl [eiser] slechts sporadisch op bezoek kwam.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537, en de alinea staat in dat document op bytes 16586 tot 17843.