Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1201.

5. De Rechtbank heeft de vordering afgewezen. Zij overwoog dat [eiser] geen feiten en omstandigheden heeft gesteld die de gevolgtrekking kunnen wettigen dat de erflater zou hebben bewilligd in de inzage in zijn medische dossier. Zij verwierp voorts de stelling van [eiser] dat hij een zwaarwegend rechtens te respecteren belang bij inzage heeft met de overweging dat [eiser] ook andere, minder op de privacy inbreuk makende middelen ten dienste staan, zoals het als getuige voorbrengen van de notaris en de twee getuigen die bij het verlijden van het testament aanwezig waren. In dat verband wees zij erop dat de op de notaris ingevolge art. 42 Wet op het Notarisambt rustende geheimhoudingsplicht niet betreft de lichamelijke dan wel geestelijke toestand waarin de testateur verkeerde. Zij voegde daaraan toe dat niet ondenkbaar is dat artsen en/of verpleegkundigen die de erflater destijds hebben bijgestaan een verklaring zullen willen afleggen omtrent de geestestoestand ten tijde van het verlijden van het testament nu het zeker ook in het belang van de overledene moet worden geacht dat bij twijfel daaromtrent in het kader van de afwikkeling van zijn nalatenschap wordt nagegaan wat zijn werkelijke wil is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537, en de alinea staat in dat document op bytes 17881 tot 19115.