Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1201.

7. De Stichting heeft in haar memorie van antwoord benadrukt dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen (1) de vraag of de patiënt in staat is tot communicatie, (2) de vraag of de patiënt wilsbekwaam is en (3) de vraag of een hulpverlener inzage moet geven in het medische dossier van de patiënt. Slechts de laatste vraag is hier aan de orde en deze moet ontkennend worden beantwoord. Aldus de Stichting, die al haar stellingen handhaaft en met name herhaalt van oordeel te zijn dat [eiser] onvoldoende grond heeft om te stellen dat de feiten en omstandigheden een sterk vermoeden opleveren voor de juistheid van zijn stelling dat erflater ten tijde van het verlijden van het testament wilsonbekwaam was. De Stichting heeft voorts benadrukt dat zij eraan twijfelt of de erflater zou hebben gewild dat aan zijn broer inzage in het medische dossier zou worden verstrekt. Zij heeft voorts betoogd dat het nog maar de vraag is of de medische dossiers uitsluitsel kunnen geven omtrent de wilsbekwaamheid van de erflater.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537, en de alinea staat in dat document op bytes 21186 tot 22221.