Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1201.
Het Hof concludeerde vervolgens dat daarom in de onderhavige procedure van wezenlijk belang is of er gegronde aanwijzingen bestaan dat de erflater ten tijde van het verlijden van zijn testament op 24 mei 1994 niet in staat was zijn wil te bepalen en aan die wil op adequate wijze uitdrukking te geven; het is vervolgens tot de slotsom gekomen dat de feiten en omstandigheden van het onderhavige geval geen andere conclusie toelaten dan dat deze vraag in ontkennende zin moet worden beantwoord. Het heeft daarbij in aanmerking genomen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537, en de alinea staat in dat document op bytes 23202 tot 23749.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537 | shasum -a 256