Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1201.

De tweede in middelonderdeel 1 vervatte klacht dat onjuist is 's Hofs oordeel dat inzage in het medische dossier slechts gerechtvaardigd kan zijn ingeval opheldering niet op een andere wijze verkregen kan worden, faalt bij gebrek aan belang. Het Hof is immers niet toegekomen en behoefde ook niet toe te komen aan de beantwoording van de vraag of opheldering in casu op een andere wijze verkregen kon worden nu het tot de conclusie kwam dat reeds niet was voldaan aan de in een geval als het onderhavige voor doorbreking van het beroepsgeheim geldende voorwaarde dat er zwaarwegende aanwijzingen bestaan dat de erflater niet over zijn verstandelijke vermogens beschikte. Daarmee faalt ook middelonderdeel 7 met zijn klacht dat het Hof ten onrechte [eiser] niet heeft toegelaten door middel van getuigen te bewijzen dat hem geen "andere middelen" ten dienste stonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537, en de alinea staat in dat document op bytes 34187 tot 35066.