Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1201.

14. Middelonderdeel 2 klaagt dat het Hof bij de beantwoording van de vraag of er gegronde aanwijzingen bestaan dat erflater ten tijde van het verlijden van het testament wilsonbekwaam was, zonder nadere motivering geen betekenis had mogen toekennen aan de door het Hof weergegeven passages uit het testament en uit de brief van de notaris d.d. 24 mei 1996. Betoogd wordt dat [eiser] de juistheid van deze passages heeft bestreden met een beroep op het communicatie-advies, de verslagen van de logopedische begeleiding en het rapport Van Strien waaruit - aldus het middel - blijkt dat communicatie met de erflater erg moeilijk was, alsmede met een beroep op de omstandigheid dat de notaris ter zake van de beoordeling van de geestesvermogens van de testateur geen bijzondere deskundigheid bezit en dat de notaris belang erbij heeft om te verklaren dat de erflater wilsbekwaam was omdat hij zich anders aan civiel- en tuchtrechtelijke procedures zou blootstellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537, en de alinea staat in dat document op bytes 35656 tot 36630.