Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1201.

18. Middelonderdeel 5 richt zich in een aantal subonderdelen tegen rechtsoverweging 4.4.5 waarin het Hof voor de bevestigende beantwoording van de vraag of de erflater ook op 24 mei 1994 voldoende begrip heeft kunnen hebben van hetgeen hij heeft verklaard mede in aanmerking neemt dat uit de brief van de notaris blijkt dat de erflater reeds in 1993 met de notaris over zijn testament heeft gesproken, dat de notaris hem een concept heeft toegestuurd waarin [betrokkene A] als erfgename werd aangewezen, en dat het verlijden van het testament is uitgesteld wegens verblijf in november 1993 in het ziekenhuis (bedoeld is wellicht het verpleeghuis, aldus het Hof). Overwegende dat er geen aanwijzing is dat de erflater zich niet kon verenigen met het concept-testament hoewel hij hiervan zeker had kunnen doen blijken nu het in december 1993 weer beter met hem ging en hij weer redelijk kon communiceren en weer zelfstandig kon wonen, concludeerde het Hof dat de erflater "in ieder geval" op 24 mei kon weten waarover het ging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537, en de alinea staat in dat document op bytes 40776 tot 41814.