Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1201.

24. Ook dit onderdeel faalt. Niet onbegrijpelijk is 's Hofs met waarderingen van feitelijke aard verweven oordeel dat bij de beantwoording van de vraag of de erflater ten tijde van het verlijden van het testament in staat was zijn wil te bepalen en te uiten, mede in aanmerking moet worden genomen dat de erflater negen maanden voor het verlijden van zijn testament zijn wil reeds aan de notaris heeft opgegeven, een omstandigheid waaraan het Hof de conclusie verbond dat de erflater bij het verlijden van zijn testament kon weten waarover het ging. De stelling dat de erflater in april 1994 buiten staat was geraakt zijn wil te bepalen, is door het Hof niet onderschreven; de daartegen gerichte klachten moeten falen, zoals uit het door mij betoogde moge blijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720a4db6a118663da38935baee01a6adf628cb9d067efb6d897c99ffb3cb8537, en de alinea staat in dat document op bytes 45523 tot 46300.