Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1202.

3.11 Het schijnt mij toe dat er een duidelijke parallel bestaat tussen de zojuist besproken zaak en de onderhavige. Ik stipte reeds aan dat art. 75 lid 6 Wbb de vrucht is van onvrede van de Staat met rechtspraak van Uw Raad. Bedoelde bepaling probeert ten gunste van de Staat het recht met terugwerkende kracht te herzien. Daarbij wordt expliciet en welbewust tevens ingegrepen in lopende procedures; art. VI, met name de leden 1 en 2, laten daarover geen misverstand bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b, en de alinea staat in dat document op bytes 42336 tot 42825.