Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1202.
4.4 Onder 3.6 werd reeds vermeld dat de wetsgeschiedenis niet uitmunt door helderheid en consistentie.(20) De passages waarop de Staat beroep doet, lijken zijn gelijk te onderstrepen. Zouden ze op zich staan, dan zouden ze mogelijk beslissend zijn. Tegenover de ontboezemingen waarop hij zijn kaarten zet, staan andersluidende en - hetgeen niet zonder gewicht is - posterieure uitlatingen die koren op de molen van Akzo zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b, en de alinea staat in dat document op bytes 47363 tot 47802.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b | shasum -a 256