Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 205 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1202.
4.45 De parlementaire geschiedenis van (thans) art. 75 lid 6 Wbb biedt weinig aanknopingspunten voor de stelling dat de wetgever zou hebben bedoeld dat voor de onrechtmatigheid (laat staan voor ernstige verwijtbaarheid) zonder belang is of de verontreiniger wist of behoorde te weten dat storten schadelijke effecten teweegbracht. Veeleer het tegendeel is het geval. Meermalen is opgemerkt dat een voorwaarde voor verhaal is dat het aangesproken bedrijf wist of behoorde te weten dat het storten nadeel, kosten of schade zou veroorzaken.(69) Daartegenover staan slechts weinig tegengestelde opvattingen.(70)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b, en de alinea staat in dat document op bytes 65706 tot 66326.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b | shasum -a 256