Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 236 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1202.
4.62 Subonderdeel f kant zich tegen de tweede zin van rov. 2.3.7 van het arrest van 2 februari 1999. Het veronderstelt vooreerst dat daarmee wordt voortgebouwd op de eerste volzin. Dat lijkt mij juist. In zoverre bevat de klacht geen nieuwe gezichtspunten. Daarmee is tevens aangegeven dat de tweede lezing die ervan uitgaat dat het Hof, los van het eerder overwogene, oordeelt dat Akzo een onderzoek naar de berg had moeten uitvoeren feitelijke grondslag mist (behalve voorzover dit is gegrond op de muffe geur, doch over het daarop toegesneden oordeel wordt niet geklaagd).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b, en de alinea staat in dat document op bytes 74091 tot 74679.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b | shasum -a 256