Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1202.
2.7 Akzo heeft in appèl het geschil in volle omvang aan het Hof voorgelegd (mvg onder 10). In cassatie van belang is de eerste grief tegen voormelde rov. 60 van het tweede tussenvonnis. Akzo betoogt dat het hier gaat om een verontreiniging welke vóór 1 januari 1975 heeft plaatsgevonden doordien niet jegens de Staat onrechtmatig is gehandeld. De Staat heeft - aldus de geparafraseerd weergegeven stellingen van Akzo - niet aannemelijk gemaakt dat zich het uitzonderingsgeval uit rov. 3.8 van de onder 2.5 genoemde arresten voordoet inhoudende dat Akzo reeds op een eerdere datum concrete aanwijzingen had dat de bodemverontreiniging de overheid aanleiding zou geven tot het maken van saneringskosten (mvg onder 24 en 25).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b, en de alinea staat in dat document op bytes 14752 tot 15490.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b | shasum -a 256