Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1202.
2.22 Ten slotte gaat zij ampel in op de wetsgeschiedenis van (thans) art. 75 lid 6 Wbb waaruit zij de conclusie trekt dat ernstig verwijt betekent dat sprake moet zijn van opzettelijk of grof schuldig handelen of nalaten (blz. 17 e.v., met name 20 en 23). Van - in casu afwezig - ernstig verwijt is sprake ingeval "de veroorzaker [...] de ernstige gevaren van de stoffen voor bodemverontreiniging kende en desondanks (hoewel hij redelijke alternatieven [...] had die vergelijkbare bedrijven ook toepasten) toch bodemverontreiniging heeft veroorzaakt", zulks te beoordelen naar de eertijds gangbare "normen" (blz. 23/24). Vergelijkbare bedrijven zouden er niet zijn omdat het hier ging om het zich ontdoen van "bedrijfsvreemd afval" (blz. 29). Dat er geen redelijkerwijs toepasbare alternatieven bestonden vloeit, volgens Akzo, reeds voort uit het arrest Staat/Shell (blz. 30 met nadere uitwerking op de volgende pagina's).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b, en de alinea staat in dat document op bytes 23192 tot 24127.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8dc7d70a70f3ae485f6d0357554c0449f765eca7722db7620fe4d55ef7e3a99b | shasum -a 256