Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1208.
1) Eiser tot cassatie ([eiser]) heeft zich tot twee maal toe geconfronteerd gezien met een voor hem verraderlijke verjaringstermijn van vijf jaar. Eerst stuitten zijn vorderingen tot vernietiging van een overeenkomst met de gemeente Geleen en tot betaling van schadevergoeding af op het beroep van de gemeente op de Wet van 31 oktober 1924, Stb. 482. Vervolgens beriep zijn advocaat [verweerder], verweerder in cassatie, zich op verjaring toen [eiser] hem aansprakelijk stelde (wegens het niet tijdig instellen van de voormelde vorderingen tegen de gemeente) en vorderingen tot ontbinding van de overeenkomst en tot betaling van schadevergoeding instelde. Het hof heeft dit beroep op art. 3:311 BW gehonoreerd. In cassatie is de vraag aan de orde of dit oordeel juist is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c, en de alinea staat in dat document op bytes 4335 tot 5119.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c | shasum -a 256