Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1208.

7) De klacht haakt in op de discussie over de uitleg van de zinsnede "bekend is geworden" in onder meer de artt. 3:310 en 311 BW. De vraag is of dit criterium (louter) subjectief moet worden uitgelegd of moet worden geobjectiveerd, en zo ja, in hoeverre. Volgens de klacht is het hof uitgegaan van het "geobjectiveerd subjectieve criterium", terwijl het had moeten uitgaan van het "subjectieve criterium". Ik meen dat deze klacht faalt omdat zij uitgaat van een verkeerde lezing van het arrest. Naar mijn mening heeft het hof in de bestreden zin uit r.o. 4.8. niet geoordeeld dat [eiser] bekend had moeten of kunnen zijn met de tekortkoming van [verweerder]. Ik meen dat het hof met de zinsnede "met die tekortkoming mag [eiser] ... bekend worden verondersteld" heeft geoordeeld dat uit de genoemde feiten ([eiser] wist van het gunstige vonnis en [verweerder] liet niets van zich horen) volgt dat [eiser] met de tekortkoming bekend was.(1)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c, en de alinea staat in dat document op bytes 11600 tot 12553.