Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1208.
Ik sluit mij aan bij het standpunt dat het criterium voor de aanvang van de korte termijn in beginsel subjectief is. De praktijk wijst uit dat een verjaringstermijn van vijf jaar aan de korte kant is(4). Die termijn is m.i. alleen te rechtvaardigen in gevallen dat de schuldeiser weet dat en tegen wie hij (mogelijkerwijs) een vorderingsrecht heeft. Zie in gelijke zin - over de verjaringstermijn van een vordering tot vernietiging van een rechtshandeling wegens dwaling - Parl. Gesch. Boek 3, p. 235 (bij art. 3:52) en de conclusie van AG De Vries Lentsch-Kostense bij HR 9 juni 1995, NJ 1995, 534 onder 8.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c, en de alinea staat in dat document op bytes 14543 tot 15163.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c | shasum -a 256