Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1208.
8) Naar mijn mening slagen de subonderdelen 2a en 2b, omdat 's hofs oordeel inderdaad zonder nadere (evenwel ontbrekende) motivering onbegrijpelijk is. Uit het feit dat [eiser] binnen redelijk korte tijd na 29 oktober 1987 van [betrokkene A] heeft vernomen dat er een voor [betrokkene A] gunstig vonnis was gewezen, hoefde [eiser] immers niet af te leiden dat [verweerder] jegens hem ([eiser]) tekort zou zijn geschoten, laat staan dat die tekortkoming - in 's hofs formulering - onherstelbaar was geworden wegens het verstrijken van de verjaringstermijn volgens de wet van 1924. Ook als [eiser] in de maanden daarna niets over zijn eigen zaak vernam, kan op die grond nog niet worden geoordeeld dat hij wist dat [verweerder] jegens hem was te kort geschoten. Zulks geldt te meer nu de zaak van [betrokkene A] nog helemaal niet ten einde was, doch door een hoger beroep werd gevolgd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c, en de alinea staat in dat document op bytes 17835 tot 18732.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c | shasum -a 256