Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1208.
3 In deze zaak heeft [eiser] trouwens zowel een vordering tot ontbinding als één tot schadevergoeding ingesteld. Ik neem aan dat [eiser] het meeste belang heeft bij de laatste vordering, omdat het er voor [eiser] niet toe doet of de overeenkomst nu al dan niet wordt ontbonden. Ik meen dat beide vorderingen aan hun eigen verjaringstermijn zijn onderworpen en dat 's hofs oordeel dat de vorderingen op grond van art. 3:311 zijn verjaard, daarom minder juist is. Slechts de vordering tot ontbinding zou op grond van art. 3:311 zijn verjaard; of de vordering tot schadevergoeding is verjaard, moet worden beoordeeld aan de hand van art. 3:310. Zie voor een vergelijkbare kwestie HR 9 juni 1995, NJ 1995, 534. In cassatie wordt hierover echter niet geklaagd. Ik denk ook niet dat het tot een andere uitkomst zou hebben geleid. Het ligt voor de hand dat bekendheid met de tekortkoming in deze zaak samenvalt met bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c, en de alinea staat in dat document op bytes 20341 tot 21318.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/25da41da81ebfcb16955c4ae64f0264cd3002e38f3f4072a3dac0fe90b95ef3c | shasum -a 256