Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2001
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1272.
Het hof heeft over het een noch over het ander duidelijke vaststellingen gedaan. Over de inhoud van de briefjes heeft het hof niet vastgesteld of die recepten de namen van de patiënten noemden voor wie de palfium (telkens) bestemd was. Bewijsmiddel 23 geeft weer dat de receptbriefjes "onder meer" de vervolgens door het hof opgesomde gegevens inhouden. Wat die briefjes nog meer inhouden staat niet vast. Als zij niet toegeschreven waren naar individuele patiënten, maar in wezen blanco briefjes waren met een naam en/of stempel van een arts erop is er volgens mij geen sprake van dat zij in een vertrouwensrelatie aan verdachte waren toevertrouwd. Art. 218 Sv, waarvan art.98 Sv een afgeleide is, houdt immers in dat verschoningsgerechtigd zijn degenen die uit hoofde van hun beroep tot geheimhouding verplicht zijn, doch alleen omtrent hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zodanig is toevertrouwd. Het zal dan moeten gaan om een toevertrouwd zijn in relatie tot de ratio juist van hun verschoningsrecht, en dat is hun hulpverlenende hoedanigheid, in casu die van arts. Als de briefjes niet aan verdachte in zijn hulpverlenende hoedanigheid kunnen zijn toevertrouwd vallen zij niet onder het verschoningsrecht en mochten zij zonder meer in beslag worden genomen.(6)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bfd70e43bb89f355842def784977dad48e1766e18560fdb66e9a5d529e3e5ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bfd70e43bb89f355842def784977dad48e1766e18560fdb66e9a5d529e3e5ad, en de alinea staat in dat document op bytes 15448 tot 16737.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bfd70e43bb89f355842def784977dad48e1766e18560fdb66e9a5d529e3e5ad | shasum -a 256