Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2001

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1272.

Bevat dus het eerste lid van art. 98 een beperking van de voorwerpen, die bij de geheimhouders in beslag mogen worden genomen, in het tweede lid heeft men er voor willen zorgen, dat het stands- beroeps- of ambtsgeheim bij de huiszoeking niet in het gedrang zou raken Art. 97 geeft aan de Officieren en hulpofficieren het recht van huiszoeking ter inbeslagneming zonder te onderscheiden tusschen geschriften en andere voorwerpen. Zij mogen zoeken en in beslagnemen wat voor inbeslagneming vatbaar is (art. 94). Doch anders wilde men bepalen ten aanzien van de huiszoekingen, die deze ambtenaren zouden willen instellen bij de zgn. geheimhouders. Men wilde zelfs het zoeken in de correspondentie, boeken en papieren van den arts, advocaat en geestelijke beletten en langs dezen weg de positie dier "Vertrauensmanner" in het strafproces ten zeerste versterken. (M. v. T. op art. 98).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bfd70e43bb89f355842def784977dad48e1766e18560fdb66e9a5d529e3e5ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bfd70e43bb89f355842def784977dad48e1766e18560fdb66e9a5d529e3e5ad, en de alinea staat in dat document op bytes 17155 tot 18048.