Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2001

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1272.

Het hof erkent dat de huiszoeking in de woning van verdachte inbreuk maakt op zijn in artikel 8 EVRM neergelegde recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Echter in het tweede lid van dat artikel wordt bepaald welke inmenging van overheidswege in dat recht is toegestaan. Gelet op de betreffende wettelijke bepalingen met betrekking tot huiszoeking doet die situatie zich hier voor. In geval van een huiszoeking welke rechtmatig plaatsvindt, is er sprake van een onder lid 2 van genoemd artikel bedoelde uitzonderingssituatie nu de wet in een dergelijke huiszoeking voorziet: Ook op deze grond acht het hof de huiszoeking niet onrechtmatig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bfd70e43bb89f355842def784977dad48e1766e18560fdb66e9a5d529e3e5ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bfd70e43bb89f355842def784977dad48e1766e18560fdb66e9a5d529e3e5ad, en de alinea staat in dat document op bytes 24388 tot 25056.