Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2001
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1272.
7.2. Het komt mij voor dat de steller van het middel uitgaat van een verkeerd begrip van de rechtspraak van de Hoge Raad. De mening van de geheimhouder is niet doorslaggevend als redelijkerwijze er geen twijfel over kan bestaan dat het standpunt van de geheimhouder, dat bescheiden onder zijn verschoningsrecht vallen, onjuist is. Mijns inziens mag zo een bescheid ook direct inbeslaggenomen worden, zonder dat de verschoningsgerechtigde zijn mening heeft gegeven. Wanneer zich zodanig uitzonderlijke omstandigheden voordoen dat het verschoningsrecht moet wijken voor de waarheidsvinding zal de selectie van inbeslag te nemen bescheiden door de rechter-commissaris moeten geschieden, bij voorkeur in gezamenlijk overleg met een vertegenwoordiger van een beroepsorganisatie. Het hof heeft geoordeeld dat geen inbreuk is gemaakt op het verschoningsrecht. Daarmee heeft het hof tevens vastgesteld dat de noodzaak van de bijzondere procedure hier niet aanwezig was. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk - onder het voorbehoud van wat ik heb aangegeven bij de bespreking van het eerste en het tweede middel - .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bfd70e43bb89f355842def784977dad48e1766e18560fdb66e9a5d529e3e5ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bfd70e43bb89f355842def784977dad48e1766e18560fdb66e9a5d529e3e5ad, en de alinea staat in dat document op bytes 27429 tot 28545.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bfd70e43bb89f355842def784977dad48e1766e18560fdb66e9a5d529e3e5ad | shasum -a 256