Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1335.

Dat de verkeersopvattingen zulks langs de weg van art. 101 kunnen meebrengen, lijkt mij een reëlere propositie, vergelijkbaar met de stelling dat een aanvaarding van het risico in de behandelingsovereenkomst besloten kan liggen. Overigens zou ik mij in dit verband liever op de tekst van art. 6:101 zelf willen baseren dan op de verkeersopvattingen, die in de tekst van het artikel niet voorkomen. Dat het bij de onderhavige toerekeningsvraag op de toepassing van art. 101 en niet op vage noties als risicoaanvaarding (of, zo voeg ik toe, verkeersopvattingen) aankomt, is beklemtoond door HR 28 juni 1991, NJ 1992, 622 m.nt. CJHB. Hoe dit zij, voor de beoordeling van deze klacht komt het aan op de omstandigheden van het geval, die dan ook in onderdeel II.2 aan de orde worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/654be79aebe7d79ef9bc007399b1b0e9a95890868cc57d50e83eed3feb4eda05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 654be79aebe7d79ef9bc007399b1b0e9a95890868cc57d50e83eed3feb4eda05, en de alinea staat in dat document op bytes 21519 tot 22320.