Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1336.

2.8 Onderdeel 1 klaagt dat deze uitleg van het hof van genoemde artikelen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Met name is volgens het middel onjuist dat het niet op verzoek verstrekken van inlichtingen en overleggen van stukken slechts dan tot de in art. 36 lid 4 Iw 1990 bedoelde consequenties voor de bewijslastverdeling leidt, ingeval de Ontvanger bij zijn desbetreffende verzoek degene die de mededeling heeft gedaan op juiste wijze heeft voorgelicht omtrent zijn juridische positie en tevens aannemelijk is dat de gevraagde nadere inlichtingen van essentieel belang zijn voor het beraad van de Ontvanger omtrent door hem te treffen maatregelen. Aldus stelt het Hof eisen aan de wijze waarop de Ontvanger het verzoek tot verstrekken van nadere gegevens moet doen, die niet berusten op tekst of strekking van de wet en/of het Uitvoeringsbesluit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b39db96b25aa777dacab13631524a875cd3ad83206c3fc30b1e79386c99db9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b39db96b25aa777dacab13631524a875cd3ad83206c3fc30b1e79386c99db9f, en de alinea staat in dat document op bytes 13829 tot 14700.