Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1337.

2) [Eiseres] heeft bij exploot van 10 juni 1996 [verweerder] gedagvaard te verschijnen voor de rechtbank te Amsterdam en onder meer gevorderd dat [verweerder] zal worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van (f 5.000,-, wegens immateriële schade, doordat [verweerder] haar in haar eer en goede naam heeft geschaad.(2) [Verweerder] heeft zich bij zijn verweer tegen de vorderingen op het standpunt gesteld dat de beschuldigingen wel degelijk waar zijn en dat hij slechts aan een beperkt aantal personen uitlatingen in die zin heeft gedaan, nl. aan zijn moeder, zijn hulpverlener en aan de politie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d45b5a2cabca0020df42944ab15da0462da4681e4e42f509f52afe16b1bafda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d45b5a2cabca0020df42944ab15da0462da4681e4e42f509f52afe16b1bafda, en de alinea staat in dat document op bytes 4762 tot 5388.